Groei ontstaat veelal door problemen die op je weg komen, ze leveren de stapstenen om verder te komen

Mensen leren veel op school maar helaas niet hoe om te gaan met zichzelf en gevoelens

In moeilijke periodes van ons leven beschermen we onszelf met mechanismes die in latere periodes juist weer moeilijkheden creeëren

Bestaan is een feit, leven is een kunst. Ons werkelijke pad in dit leven is van angst tot liefde te komen (F. Lenoir)

Psychologenpraktijk Leo Zeelenberg

Dit is een nieuw onderdeel van de site waarop ik artikelen van mijn hand zal plaatsen.

Indien u een inhoudelijke vraag heeft kunt u die via de email stellen en dan zal deze beantwoord worden. Als vraag en antwoord ook voor anderen interessant zijn kan dat hier geplaatst worden.

Hoe ga ik om met piekeren? 

Piekeren is een niet effectieve vorm van "nadenken over problemen". Het is ook niet effectief voor het verwerken van gebeurtenissen.

Het piekeren begint meestal naar aanleiding van een vervelend gevoel wat de aanleiding is tot denken over alle problemen. Het doel is positief, het gevoel op te lossen, maar meestal wordt het er juist erger door.

 

Kenmerken van piekeren zijn:

  1. De onvrijwilligheid waarmee je nadenkt over de problemen. Vaak gebeurt het als je op bed ligt of op andere momenten dat je niet meer afgeleid bent door iets anders.
  2. Het overstappen van het ene probleem op het andere probleem en weer terug zonder iets af te maken (€˜heen en weren€™)
  3. Zich herhalende gedachten zonder verder te komen (een soort tredmolen)
  4. Het half bewust er mee bezig zijn (terwijl je met andere dingen bezig bent). Het meer er aan denken dan het er echt over nadenken.
  5. De bezorgde angstige en/of depressieve stemming waarin het gebeurt (deze kan oorzaak en gevolg zijn van het piekeren)
  6. Het vaak meer gericht zijn op negatieve aspecten dan gericht zijn op het oplossen of accepteren van het probleem
  7. Het uitstellen van dingen, puzzelen terwijl je weet dat je niet alle puzzelstukjes hebt (dat moet ik nog eens uitzoeken)
  8. Niet echt contact maken met de gevoelens die er achterzitten (waardoor die blijven hangen en niet bewerkt kunnen worden).
  9. De niet creatieve manier van denken (slachtofferhouding, machteloos)

 

Elk van de bovenstaande 9 kenmerken kun je op ingrijpen zodat piekeren constructief gaat worden:

  1. Neem een moment om na te denken over je problemen. Zo kun je preventief piekeren een paar uur voordat je naar bed gaat zodat je er op bed niet meer over hoeft na te denken. Je kunt ook op momenten dat het opkomt het even uitstellen en tegen jezelf zeggen: €œhet is belangrijk om hierover na te denken maar nu even niet want ik kan nu toch niet helder denken€. Spreek dan wel een tijdstip met jezelf af waarop je dat gaat doen.
  2. Beperk je tot het nadenken over het probleem waar je het meeste mee zit of het meest centrale probleem. Maak dit probleem goed af. Brainstorm er uitgebreid op.
  3. Schrijf al je gedachten er over op dan hoef je ze ook niet meer te herhalen.
  4. Ga er niet half bewust maar helemaal bewust mee bezig. Ik ga er nu voor zitten om er goed over na te denken.
  5. Kijk eens wat er gebeurt als je er op een moment dat je je heel goed voelt over na gaat denken. Dat kan soms leuke resultaten opleveren.
  6. Stel oplossingsgerichte vragen aan jezelf. Of vraag jezelf af of het wel gaat om een probleem dat op te lossen is. Misschien gaat het meer om een acceptatieproces en een zekere emotionele verwerking.
  7. Vraag jezelf af of je alle informatie rondom het probleem wel hebt. Misschien ben je bang om ergens achter aan te gaan omdat je dan iets negatiefs te horen kunt krijgen. Bedenk dan wel dat onzekerheid erger is dan negatief nieuws.
  8. Maak meer contact met het gevoel dat er achter zit, angst, boosheid, verdriet enz. Vaak is het gewoon even voelen voldoende. Soms werkt het beter om het er helemaal uit te laten komen.
  9. Probeer het eens net zo aan te pakken als een niet emotioneel geladen probleem, alsof het een probleem is van een ander of een probleem dat je leuk vindt. Dan komt je creatieve deel meer in actie en kom je tot andere ideeen.

 

 

 

 

Een structuur die je uit het piekeren kan halen is het volgende stappenplan:

 

  1. Trek je terug op een plaats waar je niet gestoord kunt worden en leg aan je omgeving uit dat je even niet gestoord wilt worden.
  2. Ga daar even rustig zitten (niet liggen dat werkt meestal niet, is te passief en depressief als houding) en wordt je bewust van je gevoelens. Probeer de gevoelens te benoemen en te plaatsen in je lichaam. Vaak is dat moeilijk omdat ze met elkaar verknoopt zijn. Schrijf de gevoelens puntsgewijs op. (op papier of in pc)
  3. Stel je jezelf dan de vraag: €œwat zit me allemaal dwars€ en inventariseer daarop. Doe dat in kernachtige bewoordingen.
  4. Kijk of je een samenhang tussen die verschillende dingen die je dwarszitten kunt zien. Vaak staan ze niet helemaal los van elkaar. Probeer ze eens te tekenen als een soort probleemveld met pijlen er tussen.
  5. Kijk of je een samenhang tussen de verschillende emoties kunt zien. Die staan zelden los van elkaar. (voorbeeld: angst kan somberheid veroorzaken maar het kan ook andersom zijn) Probeer ze eens te tekenen als een soort probleemveld met pijlen er tussen.
  6. Ga dan preciseren en uitwerken per item (hier kun je heel lang mee bezig zijn):         
  • Wat is de hoofdgedachte (die mij deprimeert, irriteert, etc)?
  • Wat zijn de achterliggende gedachten of conclusies?
  • Wat zijn de argumenten die die gedachten ondersteunen?
  • Wat zijn argumenten die die gedachten of conclusies tegengaan?

Speel als het ware de aanklager (negatieve argumenten) en de advocaat (positieve argumenten en argumenten die tegen de negatieve argumenten ingaan).

 

Nuttige insteken:

  • Probeer je te verplaatsen in een ander en je af te vragen hoe die er mee om zou gaan of tegen aankijken.
  • Vraag jezelf eens hoe je er tegen aan zou wíllen kijken.
  • Vraag je eens af of dit een probleem is dat (nu) om een oplossing of keuze vraagt of dat het een €˜acceptatieprobleem€™ is of dat het een €™afwachtprobleem€™ is.
  1. Voel nu opnieuw hoe je je voelt, wat dit met je gedaan heeft.
  2. Rond het voor jezelf af en spreek met jezelf af wanneer je er mee verder gaat.
  3. Doe even wat ontspanningsoefeningen of ga even bewust naar muziek luisteren.

 

Een andere oplossing:

Piekeren is ook iets dat gestopt kan worden door de aandacht op activiteiten te zetten die het denkapparaat in beslag nemen. Muziek luisteren kan helpen maar daar kun je vaak nog doorheen denken evenals tv kijken. Een praatprogramma (radio 1) luisteren is vaak effectiever en verder zijn activiteiten als lezen, puzzelen, spelletjes, werken als mogelijkheid te proberen. Het bewust waarnemen van iets in je omgeving is iets wat ook goed werkt. Daarbij werkt het goed om te wisselen van zintuig (horen, kijken, voelen, ruiken).

Een redelijk effectieve methode is ook om je ademhaling te observeren en dit te volgen met een of andere minieme beweging van hand of vingers. Deze oefening werkt ook ontspannend.

Wat is een autoriteitsprobleem en wat doe je er aan?

Wat is er aan de hand met iemand die een autoriteitsprobleem heeft?

Een autoriteitsprobleem kan verschillende verschijningsvormen met verschillende achtergronden hebben.

Het is het eenvoudigst om dit eerst eens te bekijken vanuit de basisbehoeftes die iemand heeft. Er zijn zo۪n 25 instinctieve basisbehoeftes die bij de ̩̩n sterker aanwezig zijn dan bij de ander en een aantal daarvan kan problemen veroorzaken wat betreft de omgang met autoriteiten.

Zo is er de behoefte aan macht /competitie een sterke drive, die de sporten zo leuk maakt om te beoefenen en te bekijken maar ook de meeste oorlogen veroorzaakt, in het algemeen sterker aanwezig bij mannen. Een sterke behoefte hieraan wordt ook wel een hoge dominantie genoemd en uit zich in het op je nemen van een leiderspositie op school. Een hoge dominantie kan conflicten met autoriteiten veroorzaken maar dat hoeft zeker niet als het samengaat met een veel respect voor autoriteiten. Dat samengaan is wel vaak het geval omdat je opkijkt tegen iemand die iets heeft wat je zelf ook graag wilt hebben. Gaat het respect voor die persoon verloren dan kan de dominantie wel een probleem worden.

Tegenover de behoefte aan macht staat de behoefte aan leiding van anderen. Is die normaal aanwezig, (wat best samen kan gaan met een hoge dominantie) dan is er op dat front ook geen probleem.  

De behoefte aan bewondering voor iemand, een behoefte die zich met name in de kindertijd manifesteert en leidt tot het zoeken naar identificatiefiguren (ouders, popsterren etc)  is een behoefte die het makkelijker maakt om te gaan met autoriteiten mits die zich ook bewonderingswaardig gedragen natuurlijk want als dat niet het geval is kan het juist problemen opleveren omdat het verwachtingspatroon wordt gefrustreerd.

De behoefte aan waardering kan problemen geven als je minder waardering krijgt dan je wilt of zelfs negatieve kritiek krijgt. Juist van meerderen is die behoefte bij uitstek aanwezig.

De behoefte aan vrijheid kan problemen veroorzaken omdat autoriteiten dingen van je willen die je vrijheid inperken.

De behoefte aan zelfbepaling (autonomie, eigen identiteit) kan vooral problemen geven als je alleen maar uitvoerend kunt zijn zonder jezelf of je ideeën kwijt te kunnen in je werk. Dit kan een soort eigenwijsheid opleveren die tot conflicten kan leiden.

De behoefte om er bij te horen, de groepsbehoefte, maakt het makkelijker om om te gaan met autoriteiten omdat er dan meestal een groepsstructuur aanwezig is. Zo zullen honden, de zgn roedeldieren, het makkelijker hebben met autoriteit dan poezen die van hun natuur solitair levende wezens zijn.  Mogelijk daarom zijn poezen zo lastig op te voeden.

De behoefte aan begrenzingen en structuur, één die haaks staat op vrijheid maar altijd wel aanwezig is maakt het makkelijker om te gaan met autoriteit.

De behoefte om een ander een plezier te doen, ook zonder dat daarbij de drive van waardering speelt is er een die het makkelijker maakt om met autoriteit om te gaan. Dat het hier gaat om een genetische bepaalde drive valt te concluderen uit het feit dat bij honden de eigenschap €˜eager to please€™ er ingefokt kan worden.

Zo zijn er dus 11 (van de 25) behoeftes die elk in relatie staan tot een autoriteitsprobleem. Is zo€™n behoefte genetisch meer of minder aanwezig dan kan dat de oorzaak van een autoriteitsprobleem zijn.  Indien er in het verleden op zo€™n behoefte frustraties zijn geweest dan kan dat op een andere manier in verband staan met het autoriteitsprobleem. Gefrustreerde behoeftes uit het verleden en met name uit de kindertijd kunnen leiden tot pijnpunten die geraakt worden autoriteiten. Dan is zo€™n behoefte niet genetisch sterker aanwezig maar gevoeliger door onverwerkte gevoelens daarop.

Een indicatie hiervoor is wat voor soort gevoelens er aanwezig zijn bij degene die een autoriteitsprobleem heeft.

Als er sprake is van €˜gedomineerd voelen€™ dan kan het in verband  staan met hoge behoefte aan macht (herkenbaar aan andere zaken) of frustraties hierop in het verleden door een autoritaire opvoeding.

Bij situaties van €˜geen respect voelen€™  voor de autoriteit (en)  kan er sprake zijn van een lage behoefte aan bewondering voor anderen. Dit kan veroorzaakt worden doordat er in het verleden geen sprake was van ouders of andere autoriteiten die respect opriepen.

Gevoelens van €˜niet gewaardeerd/gezien worden€™ kunnen in verband staan met een hoge behoefte aan waardering. Opvoedingsachtergrond hierbij kan zijn dat je over het paard getild bent geweest of juist het tegenovergestelde dat je weinig waardering kreeg of niet gezien werd.

Gevoelens van €˜gekleineerd worden€™, ook gerelateerd aan de behoefte aan waardering, kunnen in verband staan met een verleden van gepest worden door leeftijdsgenoten of kleinering door ouders.

Wanneer je je vooral €˜beperkt€™ voelt door de autoriteit boven je zal de behoefte aan vrijheid of zelfbepaling mogelijk groot zijn. Die behoefte kan ook in het verleden gefrustreerd zijn door onvrijheden of er kan sprake zijn geweest van onvoldoende grenzen en structuur. Zo is gebleken dat kinderen die anti-autoritair zijn opgevoed veel problemen ervaren in hun leven en ook met autoriteiten.

Indien een lage groepsbehoefte (de einzelgänger) de oorzaak is zal dit zich uiten in gevoelens van €˜met rust gelaten willen worden, je eigen gang willen gaan€™, geen sterke gevoelens misschien maar het kan wel conflicten geven. Frustraties in het verleden op de groepsbehoefte zullen vooral problemen opleveren als een sterke aanpassing hierop heeft plaatsgevonden (€˜ik heb niemand nodig€™).

Een hoge groepsbehoefte,  erbij willen horen in de groep, kan echter ook leiden tot autoriteitsproblemen. Wanneer je op school je wilt profileren tegenover anderen kun je conflicten aangaan met de leerkracht om de waardering van de groep te krijgen en de lachers op je hand. Dan zal er niet sprake zijn van specifieke negatieve gevoelens maar van een gedragspatroon om autoriteiten omver te halen.

Er zijn ook andere aspecten die in verband kunnen staan met en autoriteitsprobleem en niet direct met de behoeftes in verband staan.

Een hoge intelligentie kan ook indien er wel een behoefte aan waardering voor anderen aanwezig is problemen opleveren. Als je voortdurend merkt dat je slimmer bent dan je baas wordt het steeds lastiger om je over te geven aan zijn leiding. Maar niet iedere betweter is ook slim en andersom is niet elke slimmerd een betweter. Betweterigheid is ook een eigenschap die voorkomt bij mensen die een kritische instelling hebben en overal mitsen en maren zien, vaak ook met betrekking tot hun eigen gedrag. Die leveren voortdurend kritiek op situaties zonder daarbij een negatief gevoel te hoeven hebben naar hun baas toe. Dat het problemen kan opleveren zal duidelijk zijn.

Een hoge score op rigiditeit (starheid tegenover flexibiliteit) geeft in het algemeen snel problemen met anderen en dus ook met autoriteiten.

Personen die weinig zelfdiscipline hebben kunnen veel baat hebben bij een autoriteit boven hen omdat ze zichzelf niet goed kunnen controleren maar zullen door hun overtredingen regelmatig aanvaringen krijgen en daardoor een autoriteitsprobleem kunnen oplopen. Daarom zal een ADHD€™er sneller een autoriteitsprobleem oplopen.

Moeite met je verplaatsen in anderen geeft uiteraard ook moeite met je verplaatsen in de persoon boven je, die heel andere prioriteiten kan stellen dan jijzelf. Dat zal voortdurend onbegrip en botsingen opleveren met gevoelens van €˜niet begrepen worden, niet gezien worden€™.

Overdracht, een term uit de psychoanalyse, betekent dat je iemand van vroeger projecteert op de ander in positieve of negatieve zin. Meestal gaat het om projectie van een ouder op de ander, in dit geval de autoriteit. Deze moet dan onvervulde behoeftes uit het verleden alsnog vervullen of worden eigenschappen toegedicht die bij één van de ouders horen. Hierdoor kunnen allerlei gevoelens uit het verleden opgeroepen worden door de autoriteit.

Om te werken aan een autoriteitsprobleem is het van belang om eerst te kijken in welke situaties, met wat voor soort autoriteiten en hoe dit speelt om hier inzicht in te verkrijgen. Vanuit het inzicht kun je het beste bepalen wat je nodig hebt om dit te veranderen.